Bij het realiseren van brandveilige utiliteitsgebouwen spelen brandwerende platen een cruciale rol. De juiste certificeringen zijn daarbij onmisbaar. Voor deze materialen gelden in Nederland en Europa strenge eisen, vastgelegd in normen zoals de Europese classificaties EN 13501-1 en EN 13501-2. Ook de prestatieverklaringen (DoP) en het Bouwbesluit stellen specifieke voorwaarden voor brandveiligheid in commerciële gebouwen.
Welke certificeringen zijn vereist voor brandwerende platen in utiliteitsgebouwen?
Bij brandveiligheid in utiliteitsgebouwen is het essentieel om de juiste certificeringen voor brandwerende plaatmaterialen te kennen. De CE-markering is daarbij een fundamentele vereiste, die aangeeft dat producten voldoen aan Europese veiligheidsnormen. Deze markering is niet vrijblijvend maar wettelijk verplicht voor bouwproducten in de Europese Unie.
Een belangrijk onderdeel van de certificering zijn de Europese classificaties volgens de EN 13501-normen. De EN 13501-1 betreft het brandgedrag van bouwmaterialen, terwijl de EN 13501-2 zich richt op de brandwerendheid van constructie-elementen. Voor elk brandwerend plaatmateriaal moet bovendien een prestatieverklaring (Declaration of Performance, DoP) beschikbaar zijn, waarin de essentiële eigenschappen van het product worden gedocumenteerd.
In Nederland moeten brandwerende platen ook voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Dit stelt specifieke eisen aan de brandveiligheid van gebouwen, waaronder de compartimentering en de brandwerendheid van scheidingsconstructies. Afhankelijk van de functie en hoogte van het gebouw kunnen deze eisen verschillen.
Wat is het verschil tussen brandklasse en brandwerendheid bij platen?
Het onderscheid tussen brandklasse en brandwerendheid is cruciaal maar wordt vaak verward. Brandklasse gaat over het materiaalgedrag bij brand: hoe gemakkelijk ontbrandt het materiaal en draagt het bij aan brandverspreiding? Brandwerendheid daarentegen beschrijft hoe lang een constructie weerstand biedt tegen brand en zijn scheidende functie behoudt.
Voor brandklasse gebruiken we het Europese classificatiesysteem met klassen A1, A2, B, C, D, E en F, waarbij A1 staat voor niet-brandbare materialen en F voor producten zonder vastgestelde prestatie. Deze classificatie wordt bepaald door testen zoals de SBI-test (Single Burning Item) en de kleine vlamtest.
Bij brandwerendheid spreken we over tijdsduur, uitgedrukt in minuten (30, 60, 90, 120). De aanduiding EI60 betekent bijvoorbeeld dat een constructie gedurende minimaal 60 minuten zowel vlamdicht (E) als thermisch isolerend (I) blijft. Deze eigenschap wordt getest door complete constructies bloot te stellen aan genormeerde brandproeven volgens specifieke testmethoden.
Hoe worden brandwerende platen getest en geclassificeerd?
Brandwerende platen ondergaan diverse testprocedures om hun eigenschappen te bepalen. De SBI-test (EN 13823) is een belangrijke methode waarbij een product wordt blootgesteld aan een brandende hoek om het brandgedrag te beoordelen. Bij deze test wordt gekeken naar warmteontwikkeling, vlamverspreiding en rookproductie.
De kleine vlamtest (EN ISO 11925-2) onderzoekt hoe materialen reageren op een kleine vlam, wat vooral relevant is voor de lagere brandklassen. Voor de hoogste klassen (A1, A2) zijn aanvullende tests nodig die de onbrandbaarheid of beperkte brandbaarheid aantonen.
Voor het bepalen van de brandwerendheid worden constructie-elementen getest in speciale brandovens, waarbij ze worden blootgesteld aan gestandaardiseerde brandcurves. Hierbij wordt gemeten hoe lang de constructie zijn functies behoudt: de vlamdichtheid (E), thermische isolatie (I) en soms ook de mechanische stabiliteit (R).
Op basis van deze tests krijgen materialen classificaties zoals A1, A2, B tot F voor brandklasse en aanduidingen als EI30, EI60 of EI90 voor brandwerendheid. Deze classificaties zijn bepalend voor waar en hoe de materialen mogen worden toegepast in utiliteitsgebouwen.
Welke brandwerende platen zijn geschikt voor verschillende typen utiliteitsgebouwen?
De geschiktheid van brandwerende platen verschilt per type utiliteitsgebouw. Voor kantoorgebouwen zijn vaak platen met minimaal brandklasse B vereist, terwijl voor vluchtwegen strengere eisen gelden (A2 of zelfs A1). De brandwerendheid hangt samen met de functie van de ruimte en de hoogte van het gebouw.
Zorggebouwen hebben extra strenge eisen vanwege de beperkte zelfredzaamheid van gebruikers. Hier moet je vaak werken met constructies die minimaal 60 minuten brandwerend zijn en plaatmaterialen met zeer goede brandklassen (A1/A2). Ook rookproductie is hier een belangrijk criterium.
Bij onderwijsinstellingen spelen naast brandveiligheid ook akoestische eigenschappen een rol. Gecombineerde platen die zowel brandwerend als geluidsabsorberend zijn, bieden hier uitkomst. Voor industriële gebouwen gelden weer andere eisen, afhankelijk van de processen en risico’s die er plaatsvinden.
De keuze voor het juiste plaatmateriaal vereist altijd een grondige analyse van de specifieke situatie, waarbij je rekening houdt met de geldende regelgeving en de risicofactoren van het gebouw.
Aan welke aanvullende eisen moeten brandwerende platen voldoen naast brandwerendheid?
Naast brandwerendheid zijn er diverse aanvullende eisen waaraan brandwerende platen moeten voldoen. Rookproductie is een belangrijke factor – rook is vaak gevaarlijker dan de vlammen zelf. De s-classificatie (s1, s2, s3) geeft aan hoeveel rook een materiaal produceert, waarbij s1 staat voor zeer beperkte rookproductie.
Ook de toxiciteit van vrijkomende gassen bij brand is relevant, aangegeven door de d-classificatie (d0, d1, d2) die betrekking heeft op brandende druppels of deeltjes. Materialen met classificatie d0 produceren geen brandende deeltjes.
Constructieve sterkte, vochtbestendigheid en duurzaamheid zijn eveneens belangrijk. Brandwerende platen moeten hun eigenschappen behouden onder verschillende omstandigheden en gedurende de hele levensduur van het gebouw. In sommige toepassingen spelen ook akoestische eigenschappen een rol, bijvoorbeeld in theaters of auditoria.
Ten slotte moeten de materialen praktisch toepasbaar zijn: ze moeten verwerkt kunnen worden zonder dat de brandwerende eigenschappen verloren gaan, en details zoals doorvoeringen en aansluitingen moeten correct uitgevoerd kunnen worden.
Essentiële inzichten in brandwerende plaattoepassingen: wat elke professional moet weten
Als professional in de bouwsector is het belangrijk om de juiste brandwerende platen te selecteren op basis van de specifieke eisen van het project. Controleer altijd of de materialen beschikken over de vereiste certificeringen en prestatieverklaringen, en of deze actueel zijn volgens de huidige normen.
Let bij de toepassing van brandwerende platen niet alleen op het materiaal zelf, maar ook op de montagevoorschriften. Verkeerde bevestiging of onjuiste detaillering kan de brandwerendheid drastisch verminderen. Houd rekening met doorvoeringen voor leidingen en kabels, die speciale aandacht vereisen om de brandcompartimentering intact te houden.
De brandveiligheidseisen worden regelmatig aangescherpt, dus blijf op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in regelgeving en technologie. Europese normen worden steeds geharmoniseerd, wat invloed heeft op de nationale voorschriften en toepassingen.
Bij Masset begrijpen we hoe belangrijk de juiste implementatie van brandwerende constructies is. We helpen je graag bij het maken van de juiste keuzes voor jouw specifieke situatie, van advies en ontwerp tot installatie en certificering. Met meer dan 35 jaar ervaring in brandveiligheid zorgen we ervoor dat jouw gebouw niet alleen voldoet aan alle eisen, maar ook optimaal beschermd is tegen de risico’s van brand.